Het einde van het web?
Hoe is het ooit zover gekomen? Wat hebben we
allemaal echter ons gelaten? En waarheen leidt de weg van tekst op het
web? Tijd voor een blik terug én een glimp vooruit.
Het web is ooit begonnen als een serieuze zaak tussen
wetenschappers. Een praktische oplossing voor het uitwisselen van gegevens
en artikelen. Maar het taalgebruik was zoals u dat mag verwachten:
objectief, neutraal en voorbuitenstaanders tamelijk ontoegankelijk.
Het web werd pas leuk toen het door de amateurs werd
ontdekt. De pioniers gebruikten Mosaic, de opmaaktaal HTML was nog
eenvoudiger dan ons ABC. Vaak maakten de slimme achterneefjes van de
directeur zulke '1e generatie websites'. De atmosfeer was schattig &
amateuristisch. ‘Mijn hobby’s zijn huisdieren, barok en…’ Het
taalgebruik leek nog het meest op een kruising tussen een dagboeken de
uitzending van een radioamateur. Ook plaatjes waren al snel populair. Van
een digitale camera had nog niemand gehoord. We schrijven 1994-1995.
Bij het verstrijken van een jaar werd het web een
beetje puberaal. Het uiterlijk werd belangrijk, alles moest mooi worden
gemaakt. De afdeling Communicatie was ineens wakker geschrokken, met als
resultaat de klassieke 2e generatiesite: een saaie digitale brochure, maar
wel precies in de huisstijl. Helaas deed daarmee een bijna onuitroeibaar
fenomeen zijn intrede: de gezwollen brochurestijl. Hoe aangenaam een
volzin op papier moge klinken, op het kille scherm rest slechts ergernis.
Want alle dienstverlening is immers ‘persoonlijk’, alle kwaliteit is
van 'het hoogste niveau'. Natuurlijk is het fenomeen 'brochurestijl' uit
nood geboren: als een kant en klare brochuretekst op de plank heeft
liggen, wilt u die gebruiken, nietwaar? Het geheim zit hem in het hergebruiken
van de tekst. De boodschap overeind houden, de tekst aanpassen aan de
jachtige klikvelden op het web.
Daarna grepen de ontwerpers hun kans: het moest
natuurlijk allemaal interactief, met veel toeters en bellen, geluidjes en
filmpjes. Softwaregigant Microsoft veranderde 180-graden van koers: van
ontkenning naar bestorming van de nieuwe markt die het web was.
Aan het taalgebruik veranderde niet bijster veel -de schrijfstijlen van
voorgaande generaties bleven bestaan- maar het taalbeeld werd aanmerkelijk
onprettiger. Tenzij u bijvoorbeeld www.telegraaf.nl prettig lezen vindt.
Het geknipper en geflitst van banners draagt nauwelijks bij aan de rust
voor de webbezoeker. De meest recente variant van dit soort 3e generatie
sites toont een Flash-animatie op de startpagina. 'Skip intro' is op zulke
sites dan ook de populairste hyperlink.
Inmiddels zitten we in de overgang naar de '4e
generatie websites' waarin websites vooral instrumenten zijn. Er komen
dagelijks 2,5 miljoen websites bij, de informatie-explosie gaat vrolijk
verder. Bestaande websites worden steeds groter en zelden kleiner. Het
taalgebruik wordt daardoor steeds functioneler en soberder. Kunt u het ook
in vier woorden zeggen? Probeer het in twee. Webredactie begint in steeds
hoger aanzien te staan. Eindelijk.
En wat gebeurt er hierna? Wat doen we als websites
eindelijk precies doen wat bezoekers willen dat ze doen, namelijk
zoekvragen beantwoorden en inhoud helder aanbieden? Dat verdwijnt het web.
Met UMTS en andere breedbandige en draadloze technologieën wordt webtekst
eindelijk verlost van de kerker die de pc is. Dan verschijnt alle tekst op
een miniscuul, opvouwbaar agenda-telefoon-bladerboekje. Begint dan alles
weer van voren af aan? Het zou met niet verbazen.
Index Volgende rubriek